Bommer, Jean-Edouard (1829-1895)

From Bestor_NL
Jump to: navigation, search
ERRERA, Leo,  “Notice nécrologique sur J.-E. Bommer”, in: Bulletin de la Société royale de botanique de Belgiqued, 34 (1895), voorblad.

Autodidactisch plantkundige, hoogleraar en hoofd van de Rijksplantentuin. Geboren op 16 november 1829 in Brussel en daar gestorven op 19 februari 1895. Vader van Charles Bommer, echtgenoot van Elise Destrée.


Biografie

Hoewel de jonge Jean-Edouard Bommer geen wetenschappelijke opleiding had genoten – hij werkte al vanaf jonge leeftijd, na het overlijden van zijn vader, als letterzetter in een drukkerij – ontwikkelde hij een grote interesse voor plantkunde. De smaak voor deze wetenschap zou hij, aldus Leo Errera, te pakken hebben gekregen tijdens zijn vele bezoeken aan het nabijgelegen Établissement Géographique de Bruxelles. [1] Bommer werkte in ieder geval een korte tijd in dienst van Philippe Vandermaelen, de eigenaar van dat geografisch museum. In 1855 werd Bommer door Henri Galeotti aangeworven als medewerker in de botanische tuin van de Brusselse Société royale d’horticulture de Belgique. In 1864 werd hij benoemd tot conservator van de wetenschappelijke collecties. Na de overname van de tuin door de staat werd hij departementshoofd, in opvolging van Auguste-Joseph Schram. Onder Bommers leiding kenden de collecties een belangrijke uitbreiding. In 1870 was Bommer een jaar lang directeur-ad-interim van de botanische tuin, zowel voor het administratieve als het wetenschappelijke luik. Vanaf 1871 werden voor beide luiken directeurs aangeworven – Barthélemy Dumortier voor het wetenschappelijke bestuur en Edouard Dupont voor het administratieve luik - waarna Bommer zijn post van departementshoofd behield. Hij bleef tot aan zijn dood op deze post.


Bommer bouwde ook een academische carrière uit. In 1870 werd hij aangesteld als leraar plantkunde aan de Rijkstuinbouwschool van Vilvoorde. In 1872 ruilde hij deze post in voor een leerstoel botanica aan de Universiteit van Brussel. Hij onderwees er, eerst als buitengewoon hoogleraar en vanaf 1879 als gewoon hoogleraar, tot aan zijn dood alle cursussen van plantkunde, behalve deze van plantkundige anatomie en fysiologie, dat hij in 1883 aan Leo Errera afstond. Bommer was medeoprichter van de Société royale de botanique de Belgique in 1862. Hij zat ook gedurende enkele jaren in de voorzittersstoel van deze vereniging. Hij werkte bovendien mee aan het bulletin van de vereniging. Bommer was ook betrokken bij de oprichting van de Société belge de microscopie.


Publicaties

Bommer deed onderzoek rond plantensystematiek en -fysiologie. Varens genoten zijn bijzondere interesse. Bommer toonde onder meer in zijn Remarques sur l’absorbtion par les surfaces des plantes aan dat water niet alleen door de wortels van varens maar ook door de bladeren kan worden opgenomen. In 1866 publiceerde hij een Monographie des fougères[2] bedoeld als een eerste deel van een triptiek rond varens. In zijn studie Monographie de la classe des Fougères[3] stelde hij bovendien een nieuwe classificatie van deze plantensoort voor. De resultaten van deze studie werden na zijn dood gepubliceerd. Bommer schreef een groot aantal artikels voor Bulletin de la Société royale de botanique de Belgique.


Zie lijst van Bommers publicaties in: ERRERA, Leo, "Notice nécrologique sur J.-E. Bommer", in: Bulletin de la Société royale de botanique de Belgique, 34 (1895), 20-21.


Bibliografie

  • Brussel, Burgerlijke stand, Geboorten, 1829, nr. 3503, gedigitaliseerd op Familysearch.org, geraadpleegd op 13/03/2017 (met dank aan H. Bovens).

https://familysearch.org/ark:/61903/3:1:S3HT-62HH-2K?mode=g&i=521&cc=1482191


Noten

<references>
  1. ERRERA, Leo, “Notice nécrologique sur J.-E. Bommer”, in: Bulletin de la Société royale de botanique de Belgique, 34 (1895), 7.
  2. “Monographie des fougères”, in: Bulletin de la Société royale de botanique de Belgique, 5 (1866), 273-464.
  3. Monographie de la classe des Fougères, Brussel, 1867 (herwerkte versie van de bijdrage in Bulletin de la Société royale de botanique de Belgique.