Garnier, Jean-Guillaume (1766-1840)

From Bestor_NL
Jump to: navigation, search
Bron: Rectorengalerij Universiteit Gent

Frans wiskundige, geboren te Reims op 13 september 1776 en overleden te Elsene op 20 december 1840.


Biografie

Garnier bracht zijn jeugdjaren door in zijn geboorteplaats Reims, waar hij schoolliep aan het plaatselijk college. Hij studeerde wiskunde aan de Academie van Reims. Vervolgens trok de jongeman naar Parijs waar hij chemie, botanica, fysica en wiskunde ging studeren. [1] In 1789 werd hij professor wiskunde aan de Militaire Academie van Colmar. Na de sluiting van deze instelling in 1789, keerde de wiskundige naar Parijs terug om verder te studeren. Bij het becommentariëren van de Architecture hydraulique van de gerenommeerde ingenieur Bernard Forest de Bélidor, kwam hij in contact met de ingenieur Gaspard de Prony (1755-1839). Deze laatste was directeur-generaal van het Franse kadaster. Op zijn voorstel werd Garnier benoemd tot chef van de divisie geometrie aan deze instelling. Hij bleef in functie tot 20 april 1797.


Van 1794 tot 1798 werd Garnier door de Franse regering aangesteld als examinator voor de aspiranten aan de École polytechnique van Paris.[2] Van 20 april 1798 tot 8 januari 1802 assisteerde hij er Joseph-Louis Lagrange (1736-1813). Op 17 april 1798 verving hij Joseph Fourier (1768-1830) op de leerstoel analyse.[3] Op 8 september 1803 ging Garnier aan het Lyceum van Rouen aan de slag als professor hogere wiskunde. Op 3 september 1814 werd hij overgeplaatst naar Saint-Cyr waar hij hetzelfde vak doceerde. Bij de oprichting van de rijksuniversiteiten door Willem I, waaronder deze van Gent in 1816 werd Garnier een positie als hoogleraar wiskunde en fysische astronomie aangeboden. Daar het aanbod hem ook de kans gaf om zijn woelige geboorteland te verlaten, nam hij het gretig aan. Na verloop van tijd doceerde Garnier ook de vakken wiskundige astronomie, hogere wiskunde, hydraulica en hydrostatica. Hij had ondermeer Quetelet (1796-1874), Jean Timmermans (1801-1864), Pierre-François Verhulst (1804-1849), Jean François Lemaire (1797-1852), Daniel Mareska (1803-1858) en Charles Morren (1807-1858) als leerlingen.[4] In het academiejaar 1817-1818 en nogmaals in 1820-1821 was Garnier decaan van de faculteit Wetenschappen. In 1822-1823 zetelde hij als rector van de universiteit.


Na de Belgische opstand en de daaropvolgende tijdelijke reorganisatie van de universiteiten (16 september 1830) werd de Faculteit Wetenschappen van de Universiteit van Gent afgeschaft. Garnier werd op non-actief gezet - hij was ondertussen al halverwege de zestig jaar - aanvankelijk zonder recht op pensioen. Pas in 1837 verkreeg hij met terugwerkende kracht het pensioengeld waar hij recht op had. Garnier was ondertussen tot lid van de examencommissie van de Faculteit Letteren en tot directeur van het kabinet Natuurkunde benoemd. Na de wet van 30 september 1835, die de reorganisatie van het Hoger Onderwijs regelde, werd Garnier niet meer opgenomen in het professorencorps.


Garnier werd op 7 mei 1818 verkozen tot lid van de Académie royale des Sciences et Belles-Lettres de Bruxelles. Hij was lid van de Société philomathique van Paris, van de Société royale des beaux-arts et de littérature de Gand, van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, van de Société des sciences, d’agriculture et des arts de Lille, van de Société des sciences physiques et chimiques de Paris en was corresponderend lid van de eerste klasse fysica en wiskunde aan het Institut historique de Paris.[5]


Werken

De meerderheid van de werken gepubliceerd door Garnier staan in direct verband met de vakken die hij doceerde en waren bedoeld voor zijn studenten.


In 1825 richtte hij samen met Lambert-Adolphe-Jacques Quetelet het tijdschrift Correspondance mathématique et physique op en werkte hij mee aan de eerste twee volumes.[6] Garnier was ook een van de stichters van Annales belgiques.[7].


Publicaties


Publicaties aan de Academie

  • Mémoire sur les Machines, in Nouveaux mémoires de l’Académie Royale des Sciences et Belles-Lettres de Bruxelles, vol. 1, Brussel: P.J. De Mat, 1820, p. 103-136. In dit traktaat boog Garnier zich onder meer over de aard van warmte en over wat nu precies wordt behouden in de wet van het behoud, kwesties die op dit moment de wetenschapswereld begonnen te beroeren.


Bibliografie



Nota’s

  1. Adolphe Quetelet, "Notice sur Jean-Guillaume Garnier", in: Annuaire de l’Académie Royale des Sciences et Belles-Lettres de Bruxelles, 7 (1841),161.
  2. Aug. Vander Meersch, "Garnier (Jean-Guillaume)", in Biographie Nationale, 7 (1880-1883), 493.
  3. Quetelet, "Notice sur Jean-Guillaume Garnier", 185-187.
  4. Quetelet "Notice sur Jean-Guillaume Garnier", 161-208.
  5. Vander Meersch, "Garnier (Jean-Guillaume)", 495.
  6. Hossam Elkhadem, "Histoire de la Correspondance mathématique et physique d'après les lettres de Jean-Guillaume Garnier et Adolphe Quetelet," in: Bulletin de la Classe des Lettres et des Sciences Morales et Politiques de l'Académie royale de Belgique, 64 (1978), 316-366 en Jean Mascart, La vie et les travaux du chevalier Jean-Charles de Borda, 1733-1799: épisodes de la vie scientifique au XVIIIe siècle, Parijs: Presses Paris Sorbonne, 2000, 562. Zie ook het wetenschapverhaal op Bestor: La Correspondance, oudste Belgische wetenschapsblad.
  7. Vander Meersch, "Garnier (Jean-Guillaume)", 496.