Césaro, Giuseppe Raimondo Pio (1849-1939)

From Bestor_NL
Jump to: navigation, search

Mineraloog en kristallograaf, geboren te Napels op 7 september 1849 en overleden te Comblain-au-Pont op 20 juni 1939.


Biografie

Guiseppe Césaro werd geboren te Napels op 7 september 1849. Hij volgde Grieks-Latijn aan het Lyceum Victor-Emmanuel te Napels. In 1865 werd hij naar de mijnschool aan de Universiteit van Luik gestuurd.[1] Alvorens hij echter aan de mijnschool startte, volgde hij nog één jaar les aan het Atheneum van Luik om frans te leren.[2] Hij volgde de lessen in de kandidatuur ingenieur en de lessen mineralogie en geologie gedoceerd door Gustave Dewalque.[3] Door de financiële tegenslagen van zijn familie moest hij echter privé-onderwijs in de wiskunde geven.[4] Door zijn rebels karakter en zijn slechte gezondheid moest hij na twee jaar de universiteit verlaten.
Hij toonde veel belangstelling voor mineralogie en perfectioneerde zich in dit domein.Hij leerde zichzelf het vak van kristallograaf aan door publicaties van belangrijke geologen en geografen te bestuderen.[5]
In 1888 werd hij genaturaliseerd tot Belg.
In 1891 werd hij aangesteld als docent aan de Universiteit van Luik.[6] Toen Gustave Dewalque de cursussen mineralogie en kristallografie wilde afstaan, werd voor de opvolging onmiddellijk gedacht aan Césaro, hoewel die geen diploma kon voorleggen. Toch zou hij meer dan dertig jaar lang professor zijn.[7] In 1895 werd hij buitengewoon hoogleraar. In 1900 werd hij gepromoveerd tot gewoon hoogleraar.[8]
Hij werd door Gustave Dewalque aangesteld om de minerale collectie van de Universiteit van Luik te bestuderen.[9]
In 1903 trouwde hij met met Joséphine Stinissen, zijn derde huwelijk, de vorige twee waren korte huwelijken, die geëindigd waren in een scheiding. [10]
In 1905 werd de cursus elementaire mineralogie en kristallografie aan hem toegewezen.[11] Tijdens de Eerste Wereldoorlog wilde hij naar Italië terugkeren, maar hij strandde in Engeland, waar hij zijn onderzoek mocht voortzetten.[12] Hij werkte eerst in een laboratorium in Cambridge, vervolgens werkte hij in Letchworth.[13] Het was daar dat Albert I hem verzocht terug te keren om de troonopvolger (Leopold III) wiskunde te leren.
Toen Césaro in 1921 de leerstoel kristallografie en mineralogie afstond, werd hij opgevolgd door Henri Buttgenbach.[14] In hetzelfde jaar werd hij ook toegelaten tot het emeritaat.[15]
Op 14 december 1894 werd Césaro verkozen tot corresponderend lid van de Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique en tot effectief lid in 1906. Hij was voorzitter van de Academie in 1915 en in 1921.
Hij was vanaf 1889 lid van de raad van de Société géologique de Belgique. Hij was ook lid van de Société royale des Sciences de Liège en erelid van de Association des ingénieurs sortis de l'Université de Liège. Hij was erelid van de minerale genootschappen van Londen en Parijs. Hij was lid van de Reale Academia nazionale dei Lincei, van de Societa reale di Napoli en corresponderend lid van het Institut de France.
Hij won ook verschillende prijzen: in 1896 was hij laureaat van de Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique, in 1902 won hij de Tienjaarlijkse prijs van de Belgische Regering voor Toegepaste Wiskundige Wetenschappen en in 1915 ontving hij van de Académie des Sciences de Paris de Gegner prijs.[16]
Hij was ook Grootofficier in de Leopoldsorde, Commandeur in de Kroonorde van Italië en ontving het officierskruis van de Orde van de Heilige Sint-Maurice en Lazare.[17]
Hij overleed te Comblain-au-Pont op 20 juni 1939.

Werken

Hij schreef veel werken en wordt beschouwd als de grondlegger van de kristallografische mineralogie in België.[18]
Het beschrijven en het bestuderen van mineralen was het grootste deel van zijn wetenschappelijk onderzoek.[19] Hij publiceerde tussen 1888 en 1890 60 werken met beschrijvingen van drie nieuwe mineraalsoorten die in België waren teruggevonden. Ook publiceerde hij in deze periode zijn kristallografische observaties van onder meer het mineraal calciet. Het mineraal was teruggevonden in Rhisnes.[20]
Hij schreef ook werken over theoretische en optische kristallografie.
In 1897 publiceerde hij zijn antwoord op een wedstrijdvraag aan de Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique : Description des minéraux phosphatés, sulfatés et carbonatés du sol belge.
In 1906 reisde hij naar Napels om de gesteenten die bij de uitbarsting van de Vesuvius waren vrijgekomen te bestuderen. Hij vergeleek deze gesteenten met de collectie uit de musea van Luik en Cambridge.[21]

Cursussen
Hij publiceerde zijn cursus : Cristallographie et mineralogie.[22]

Publicaties

  • Lijst met publicaties in: Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", in: Annuaire ARB, jaargang 1942, p. 71-98.


Bibliografie

  • Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", In: Biographie Nationale, vol. 30, kol. 275-279.
  • Mélon, Joseph & Donnay, J.D.H., "Giuseppe Césaro", In: Florilège des Sciences en Belgique, vol. 2, Brussel, 1980, ARB, p. 437-452.
  • Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", in: Annuaire ARB, jaargang 1942, p. 35-70.


Nota’s

  1. Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", in: Annuaire ARB, jaargang 1942, p. 35.
  2. Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", in: Annuaire ARB, jaargang 1942, p. 36.
  3. Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", In: Biographie Nationale, vol. 30, kol. 275.
  4. Groessens, Eric & Groessens-Van Dyck, Marie-Claire,"De aardwetenschappen", In:Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia, 2001, vol. 2, p. 226.
  5. Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", in: Annuaire ARB, jaargang 1942, p. 41.
  6. Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", in: Annuaire ARB, jaargang 1942, p. 38.
  7. Groessens, Eric & Groessens-Van Dyck, Marie-Claire,"De aardwetenschappen", In:Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia, 2001, vol. 2, p. 226.
  8. Mélon, Joseph & Donnay, J.D.H., "Giuseppe Césaro", In: Florilège des Sciences en Belgique, vol. 2, Brussel, 1980, ARB, p.440.
  9. Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", In: Biographie Nationale, vol. 30, kol. 276.
  10. Mélon, Joseph & Donnay, J.D.H., "Giuseppe Césaro", In: Florilège des Sciences en Belgique, vol. 2, Brussel, 1980, ARB, p.444.
  11. Mélon, Joseph & Donnay, J.D.H., "Giuseppe Césaro", In: Florilège des Sciences en Belgique, vol. 2, Brussel, 1980, ARB, p.440.
  12. Groessens, Eric & Groessens-Van Dyck, Marie-Claire,"De aardwetenschappen", In:Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia, 2001, vol. 2, p. 226.
  13. Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", in: Annuaire ARB, jaargang 1942, p. 38.
  14. Groessens, Eric & Groessens-Van Dyck, Marie-Claire,"De aardwetenschappen", In:Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia, 2001, vol. 2, p. 226.
  15. Mélon, Joseph & Donnay, J.D.H., "Giuseppe Césaro", In: Florilège des Sciences en Belgique, vol. 2, Brussel, 1980, ARB, p. 441.
  16. Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", in: Annuaire ARB, jaargang 1942, p. 39.
  17. Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", in: Annuaire ARB, jaargang 1942, p. 40.
  18. Groessens, Eric & Groessens-Van Dyck, Marie-Claire,"De aardwetenschappen", In:Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia, 2001, vol. 2, p. 226.
  19. Mélon, Joseph & Donnay, J.D.H., "Giuseppe Césaro", In: Florilège des Sciences en Belgique, vol. 2, Brussel, 1980, ARB, p. 443.
  20. Buttgenbach, H., "Césaro Guiseppe", In: Biographie Nationale, vol. 30, kol. 276.
  21. Mélon, Joseph & Donnay, J.D.H., "Giuseppe Césaro", In: Florilège des Sciences en Belgique, vol. 2, Brussel, 1980, ARB, p. 444.
  22. Mélon, Joseph & Donnay, J.D.H., "Giuseppe Césaro", In: Florilège des Sciences en Belgique, vol. 2, Brussel, 1980, ARB, p. 440.