Tavernier, René (1914-1992)

From Bestor_NL
Jump to: navigation, search
Luykx, Theo (red.), "René Tavernier", in: Liber memorialis Rijksuniversiteit te Gent, 1960, 229.

Geoloog en stratigraaf, geboren te Nevele op 26 augustus 1914 en overleden te Gent op 19 november 1992.

Biografie

René Tavernier werd geboren op 26 augustus 1914 in Nevele als zoon van een veearts. Hij volgde les aan het Sint-Lievenscollege in Gent en studeerde nadien aard-en delfstofkunde aan de Rijksuniversiteit van Gent. Voor zijn licentiaatsverhandeling ontving hij in 1935 de Mac Leodprijs. Zijn doctoraal onderzoek werd in 1948 bekroond met de Baron van Ertborn prijs. Beide verhandelingen waren studies van de neogene afzettingen in België. De neogene zanden werden bestudeerd op basis van hun gehalte aan zware mineralen. Op deze manier wist Tavernier een onderscheid te maken tussen de mariene en continentale zanden van Laag-België en het herkomstgebied van deze zanden vast te leggen.[1] Zijn geologische belangstelling had betrekking op de sedimentologie van de Cenozoïsche formaties van het Noordzeebekken, het Quartair in België, de fossiele periglaciale structuren, de evolutie van het Scheldebekken in de loop van het Quartair en van de kustvlakte tijdens het Holoceen, de schommelingen van het zeeniveau, enz.


Taverniers academische carrière startte in 1937 met zijn benoeming tot assistent aan het laboratorium voor Aardkunde aan de RUG. Na zijn doctoraat werd hij suppleant voor de cursus fysische aardrijkskunde. In 1943 werd hij werkleider en in 1944 docent bij het Laboratorium van Fysische Aardrijkskunde, waar hij in 1948 tot gewoon hoogleraar werd benoemd. In het begin van zijn carrière doceerde hij louter in de fysisch-aardrijkskundige richting. In 1952 werd zijn leeropdracht uitgebreid naar de geologie. Vanaf 1955 werd hij belast met het doceren van zuiver geologische vakken.[2] Van 1943 tot 1950 was hij bij de Belgische Geologische Dienst belast met de bedeling van drinkwater voor de geallieerde troepen en van koelwater voor het zware luchtafweergeschut.


Onder impuls van professor Victor Van Straelen werd in 1946 het Comité voor de Opname van de Bodem- en Vegetatiekaart van België opgericht. Het project, dat startte in 1947, werd gesubsidieerd door het IWONL. Voor wat de bodemkaart betreft werden aanvankelijk de opnamen individueel uitgevoerd door drie centra : Leuven, Gembloux en Gent. Als verantwoordelijke voor het centrum Gent zag Tavernier van meet af aan de noodzaak in van coördinatie. Hij streefde er naar één nationaal centrum uit te bouwen. Tavernier werd vanaf 1950 directeur van het Centrum voor Bodemkartering (C.V.B.) met als voornaamste opdracht de bodemkaarten op te nemen, een nationale legende uit te werken en de activiteiten op nationaal vlak te coördineren.[3] Dit werk werd bekroond met de tienjaarlijkse prijs voor Geologische Wetenschappen in 1968. De C.V.B bleef actief tot zijn ontbinding in 1976.[4]


Tavernier nam in 1950 deel aan de organisatie van het 4th Congress of the International Soil Science Society in Amsterdam. Op het congres werd hij verkozen tot Voorzitter van de Internationale Bodemkundige Vereniging. In samenwerking met het Nationaal Instituut voor Landbouwstudies in Belgisch Congo (NILCO) bracht hij in 1954 het 5de Internationaal Congres voor Bodemkunde naar Leopoldstad (huidige Kinshasa). Nog in samenwerking met het NILCO werkte hij aan een classificatie systeem voor tropische bodems. Sinds 1951 werkte Tavernier ook samen met de USDA Soil Conservation Service bij de voorbereiding van een Bodemtaxonomie. Zijn groeiende belangstelling voor tropische bodemkunde en de verdere ontwikkeling van de aardwetenschappen in de Derde Wereld bracht hem ertoe een reeks belangrijke projecten uit te voeren voor nationale en internationale organisaties.


Vanaf 1956 nam Tavernier ook de leiding over de interdisciplinaire commissie van Ganda-Congo, het door de Gentse universiteit opgerichte universitaire centrum in het noordoosten van Belgisch Congo. Hij gaat hiervoor onder meer met enkele collega's in 1958 op prospectie in Congo.


Tussen 1952 en 1958 was Tavernier lid van de Geologische Raad en werd hij belast met het opstellen van de stratigrafische schaal van het Kwartair. In 1957 hebben J. de Heinzelin en Tavernier het Holoceen ook wel Flandrien genoemd op basis van transgressie sedimenten in Vlaanderen. Het Flandrien is ondertussen, ook als synoniem, geheel in onbruik geraakt.[5] In 1958 was hij lid van het bestuurscomité van het NILCO. In 1960 richtte hij het Internationaal Bodemkundig Centrum aan de RUG op. Dit centrum ten dienste van de Derde Wereld startte in 1963 met een postgraduaat cursus. Hij slaagde erin het belang van geologische bodemkennis aan te tonen bij belangrijke landbouwontwikkelingsprojecten. Binnen de Europese Gemeenschap werd hij in 1980 gevraagd om een bodemkaart op te stellen van de EG op schaal 1:1.000.000. Dit werk werd voltooid in 1985.


Tavernier werd op 8 oktober 1955 corresponderend lid aan de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor wetenschappen en kunsten, werkend lid op 20 september 1958 en bestuurder in 1967.[6] Hij was eveneens lid van de Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen en van de Union of Soil Science, waarvan hij in 1986 tot erelid werd verheven.[7] Tavernier was één van de stichters van de Belgische Bodemkundige Vereniging en zetelde er van 1950 tot 1958 als secretaris-generaal. Hij was verder ook lid van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, de Amerikaanse Society of Economic Paleontologists and Mineralogists, de Koninklijke Zweedse Academie voor Land- en bosbouw en corresponderend lid van de Académie d'Agriculture de France. Hij was ook commandeur in de Ordre de Mérite van Luxemburg.[8]


Publicaties

Een lijst van Taverniers publicaties in boek- en artikelvorm tot 1960 vindt men in Liber memorialis Rijksuniversiteit te Gent, 1960, 231-234. Een niet-exhaustieve lijst van werken die door de Universiteitsbibliotheek Gent worden verzameld zijn op de digtale catalogus Ugent raadpleegbaar.

Bibliografie

  • Gabriels, Donald, "In memoriam René J. Tavernier,", in: IUSS Bulletin, 82-83 (1992-1993), 91-92.
  • Groessens, Eric en Groessens-Van Dyck, Marie-Claire "De Aardwetenschappen", in: Robert Halleux et al. (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België, 1815-2000, vol 2, Brussel, Dexia/La Renaissance du Livre, 2001], 219-233.
  • Geukens, Fernand, "In Memoriam René Tavernier", in: Jaarboek 1993-1996, Brussel: KVAB, 99-100.
  • "Tavernier René", in: De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor wetenschappen en kunsten en haar leden, Koninklijke Vlaamse Academie van België voor wetenschappen en kunsten, 2010, 251-252.
  • Luykx, Theo (red.), "René Tavernier", in: Liber memorialis Rijksuniversiteit te Gent, 1960, 229-234.


Nota’s

  1. Geukens, Fernand, "In Memoriam René Tavernier", In: Jaarboek KVAB 1993-1996, Brussel: KVAB, p.99.
  2. Geukens, F., "In Memoriam René Tavernier", In: Jaarboek 1993-1996, Brussel: KVAB, p.99.
  3. Van Ranst, E. & Sys, C., Eenduidige legende voor de digitale bodemkaart van Vlaanderen (Schaal 1:20 000), geconsulteerd op 08/07/2010 om 12u05.
  4. Groessens, Eric en Groessens-Van Dyck, Marie-Claire, "De Aardwetenschappen" in: Robert Halleux et al. (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België, 1815-2000, vol 2, Brussel, Dexia/La Renaissance du Livre, 2001, p. 223.
  5. Stratigrafie geconsulteerd 09/07/2010 om11.
  6. "Tavernier René", in: De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor wetenschappen en kunsten en haar leden, Koninklijke Vlaamse Academie van België voor wetenschappen en kunsten, 2010, p.251-252.
  7. "IUSS Honorary members", in: IUSS Bulletin, 115 (2009), 46.
  8. "Tavernier René", in: De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor wetenschappen en kunsten en haar leden, Koninklijke Vlaamse Academie van België voor wetenschappen en kunsten, 2010, 251-252.